Dr. M. ( Mira) Beukering MA

Gepromoveerde NWO
Vrije Universiteit Amsterdam, Vossius Gymnasium Amsterdam

Betrokkenheid Vakdidactiek GW

Mira is een van de NWO promovendi die meedraaide in het Dudoc-Alfa scholings- en intervisieprogramma. Zij is in 2019 begonnen met haar promotietraject en promoveerde in 2026.

Nederlands

Publicaties

  • Hebben leerlingen begeleiding nodig bij het diep lezen van literaire teksten? Naar een methode voor begeleid diep lezen- Download

Opleiding en achtergrond

  • Eerstegraads Leraar Voorbereidend Hoger Onderwijs in Nederlands
    Universiteit van Amsterdam
    Afstudeerdatum: 29 juli 2016
  • Researchmaster Neerlandistiek
    Universiteit van Amsterdam
    Afstudeerdatum: 31 juli 2015
  • Bachelor Nederlandse taal en cultuur
    Universiteit van Amsterdam
    Afstudeerdatum: 30-08-2013

Werkkring

Vossius Gymnasium Amsterdam
(docent Nederlands)

Promotieonderzoek

Lees maar, er staat meer dan er staat. Begeleid diep lezen van literatuur in de bovenbouw van het vwo

Als beginnende docent Nederlands hanteerde ik in mijn lessen literatuuronderwijs een structuuranalytische benadering die primair  tot doel had leerlingen te leren werken met het begrippenapparaat van de literaire analyse. De negatieve ervaringen die deze benadering bij zowel leerlingen als bij mijzelf als docent opriep, vormden de aanleiding voor de ontwikkeling van een nieuwe methodiek voor literair lezen, waarin de docent door middel van gerichte vragen de aandacht vestigt op opvallend taalgebruik (foregrounding).

Hoewel het onderwijsveld de afgelopen decennia een ontwikkeling in leerlinggerichte richting heeft doorgemaakt, is de wijze waarop literaire teksten binnen het Nederlandse literatuuronderwijs analytisch worden gelezen relatief onveranderd gebleven. In recent vakdidactisch onderzoek wordt gezocht naar een integratie van de traditionele structuuranalyse met meer leerlinggerichte benaderingen, zoals het zogenoemde affectieve leesonderwijs, dat de persoonlijke—emotionele en fysieke—ervaring van literaire teksten centraal stelt. In het onderhavige onderzoek vormt het streven om deze benaderingen te verbinden het uitgangspunt: een leerlinggerichte methodiek waarin analyse en interpretatie van vorm en stijl centraal staan, en waarin de docent—althans in de initiële fase—een sturende, maar niet dominerende rol vervult.

Het Constructie-Integratiemodel veronderstelt dat diepgaand tekstbegrip tot stand komt wanneer lezers zich tijdens het leesproces vragen stellen, associaties maken, zich inleven in personages, de tekst kritisch evalueren, deze analyseren en interpretaties ontwikkelen met aandacht voor stilistische en vormgevende kenmerken. Om leerlingen           in dit proces te ondersteunen, wordenuitgaande van het literariteitsconcept van Miall en Kuiken (1999)vragen gesteld over opvallend taalgebruik (foregrounding), over de gevoelens die dit oproept, en over de wijze waarop deze kunnen worden geanalyseerd en geïntegreerd in een persoonlijke interpretatie van de tekst. De ontwikkeling van de methodiek van begeleid diep lezen is geïnformeerd door principes van cognitive apprehenticeship en rolwisselend leren.

In een eerste studie werd onderzocht in hoeverre begeleid diep lezen, in vergelijking met zelfstandig lezen waarbij leerlingen worden gestimuleerd zelf kritische vragen over de tekst te genereren, leidt tot een hoger niveau van tekstbegrip. Daarbij werd gecontroleerd voor mogelijke modererende effecten van leesfrequentie, leeftijd (klas) en sekse. De methodiek werd geëvalueerd met behulp van een within-subjects-design, waarbij alle deelnemers aan beide leescondities werden blootgesteld, en uitgevoerd in een een-op-eensetting met tien leerlingen uit vwo 4 en tien uit vwo 5.

De resultaten laten zien dat leerlingen significant hogere scores op tekstbegrip behaalden na het lezen van een kort verhaal onder begeleiding van een expertlezer die hun aandacht systematisch richtte op opvallend taalgebruik.

De waardering van het literaire verhaal bleek niet hoger te zijn na begeleid diep lezen.

In een tweede studie (N = 103) is onderzocht of een vijfdelige lessenserie voor begeleid diep lezen de literaire leesvaardigheid van vwo-4-klassen verbetert en de verhaalwaardering verhoogt, in vergelijking met leerlingen die een lessenserie zelfstandig lezen volgden.

De lessenserie begeleid diep lezen resulteerde in verbeteringen in de literaire leesvaardigheid van vierdeklassers in het vwo. Zonder begeleiding blijken ook meer vaardige lezers de neiging te hebben oppervlakkig te lezen en relevante informatie over het hoofd te zien. De controlegroep bleef bovendien achter in zakelijke leesvaardigheid, met een effectgrootte van ongeveer tweederde standaarddeviatie. Dit resultaat ondersteunt de veronderstelling dat de verwerking van literaire en zakelijke teksten vergelijkbare vaardigheden vereist, en dat dieper leren lezen van literaire fictie daardoor ook kan bijdragen aan het begrijpen van zakelijke teksten.

De hypothese dat een verhoogde gevoeligheid voor opvallende taalgebruik de effecten van begeleid diep lezen (gedeeltelijk) verklaart, werd bevestigd—zij het dat dit slechts ongeveer tien procent van de effectiviteit verklaart.

De hypothese dat beter verhaalbegrip ook zou leiden tot een hogere waardering voor literaire verhalen werd niet bevestigd.

In een derde, kwalitatieve studie testte een focusgroep van zeven ervaren docenten Nederlands de methode begeleid diep lezen en voorzag deze van feedback. Zij volgden een workshop begeleid diep lezen, voerden de lessenserie uit in hun eigen klassen en gaven feedback op twee tutorials.

Voorafgaand aan elke les en na afloop van de lessenserie beoordeelden de docenten hun zelfvertrouwen. Na afloop van de lessenserie werd leerlingen gevraagd de ontwikkeling van hun eigen literaire leesvaardigheid te beoordelen. Nadat de twee tutorials waren ontwikkeld—een tutorial waarin de principes van de methodiek in een een-op-eensetting worden gedemonstreerd en een tutorial waarin de toepassing in een klassensetting centraal staat—hebben de docenten deze ook met een vragenlijst geëvalueerd. Aan het eind van de lessenserie zijn de docenten individueel geïnterviewd, onder meer om vast te stellen in hoeverre zij de methodiek zich eigen hadden gemaakt en om de evaluaties uit de vragenlijsten en het logboek dat zij tijdens de lessenserie hadden bijgehouden verder te verdiepen.

Uit deze derde studie bleek dat de workshop en de docentenhandleiding de docenten effectief ondersteunden bij de uitvoering van de lessen en het opbouwen van zelfvertrouwen. In de interviews gaven alle docenten aan dat begeleid diep lezen een waardevolle aanvulling vormde op hun onderwijspraktijk en dat de methodiek de leesvaardigheid van hun leerlingen bevorderde; uit een korte enquête bleek dat de leerlingen dit beeld bevestigden. Begeleid diep lezen bleek voor alle docenten een verrijking van hun lespraktijk; zij waren dan ook voornemens de methodiek in het volgend schooljaar in hun curriculum op te nemen.

02/06/2026

Vrije Universiteit Amsterdam