drs. H.C. (Hans) Das

NWO promovendus/a Nederlands
Rijksuniversiteit Groningen


Titel promotieonderzoek:

Wat een prachtige zin, meneer ! Jammer dat hij niet rijmt.

Korte beschrijving:

Een zeer ruime meerderheid van de docenten Nederlands vindt poëzie belangrijk, maar er bestaat grote onvrede over de opbouw van het curriculum. En dat terwijl poëzie, gezien het referentiekader taal (Meijerink, 2008), een verplicht onderdeel is van het curriculum Nederlands op havo en vwo.

Het ontbreken van een duidelijke structuur is begrijpelijk gezien de zeer geringe hoeveelheid onderzoeken die poëzie in het voortgezet onderwijs als onderwerp hebben.

In mijn promotieonderzoek ben ik gericht op de vraag hoe leerlingen van havo en vwo in de onderwijscontext poëzie lezen, begrijpen en waarderen. Ik wil daarbij graag weten of er ontwikkelingsniveaus zijn te onderscheiden, (zo ja:) waarin de niveaus onderling van elkaar verschillen en wat voor soort gedichten bij de betreffende niveaus zouden kunnen passen.

In de eerste fase van het onderzoek beschrijven twee expertdocentenpanels (een voor de onderbouw en een voor de bovenbouw) welke niveaus zij onderscheiden bij het lezen van gedichten en welk soort gedichten waarom/wanneer wel of niet tot hun recht komen.

In de tweede fase worden de leesmanieren en voorkeuren van de leerlingen zelf onderzocht. De resultaten van de twee fases worden op een later moment met elkaar vergeleken en zo mogelijk gecombineerd.

De resultaten worden in een laatste fase gevalideerd met behulp van een aselecte groep leerlingen van diverse scholen. Op basis hiervan wordt een referentiekader ontworpen dat de ontwikkeling van het lyrisch vermogen inzichtelijk maakt en deze relateert aan de moeilijkheidsgraad van gedichten.

Opleiding en achtergrond

Nederlandse taal en cultuur (RUG)

Postdoctorale lerarenopleiding UOCG (RUG)

Sinds 2005 werk ik met plezier in het voortgezet onderwijs. Ik vind het een voorrecht om bij te dragen aan de ontwikkeling van jonge mensen. Vooral taal- en cultuuronderwijs hebben mijn hart.

In mijn eigen onderwijspraktijk liep ik aan tegen de vraag hoe het mogelijk was dat ik veel meer resultaat boekte met literair proza dan met poëzie. Al snel merkte ik dat ik niet de enige was. Dit triggerde mij om een onderzoeksplan in te dienen, waarmee ik een bijdrage zou kunnen leveren aan vakdidactisch onderzoek.

Werkkring

Greijdanus College, Zwolle