C.I.A. (Corina) Breukink M

NWO promovendus/a Nederlands
Universiteit Utrecht


Vakgebied:

Nederlands

Titel promotieonderzoek:

Hoe lezen ze? Over het begrijpen en verbeteren van poëtisch tekstbegrip in de bovenbouw havo/vwo.

Korte beschrijving:

Over de taalverwervingsprocessen tijdens het literaire lezen is weinig empirische kennis beschikbaar. Dit geldt meer in het bijzonder voor de interactie tussen scholieren en gedichten. Tegelijkertijd is in de bovenbouw havo/vwo van motiverend en effectief poëzieonderwijs nauwelijks sprake, ondanks het belang dat docenten hieraan zouden hechten (Oberon 2016). Leesvaardigheidsonderwijs is in de Nederlandse onderwijscontext het leren lezen van zakelijke teksten, met een zwaar accent op leesstrategieën. De beoogde havo- en vwo-eindtermen voor literatuur, het kunnen lezen, begrijpen, interpreteren en evalueren van (redelijk) complexe literaire teksten, worden voor poëzie over het algemeen niet gehaald.
Door te onderzoeken en beschrijven hoe leerlingen in havo 4/5 en vwo 4/5/6 poëzie lezen, in contrast met zakelijke en verhalende teksten, hoop ik nieuwe aanknopingspunten te vinden voor een effectieve en motiverende poëziedidactiek, waarmee docenten kunnen worden geprofessionaliseerd en het literaire lezen door leerlingen kan worden ontwikkeld en verdiept.
Het onderzoeksproject bestaat uit een beschrijvend onderzoek en een ontwerponderzoek. Het beschrijvende onderzoek bestaat uit twee studies, een leesonderzoek en een oogbewegingsstudie, waarin leesdata worden verzameld over het lezen en begrijpen van authentieke prozateksten en gedichten.
In co-creatie met eerstegraads docenten Nederlands of literatuur wordt vervolgens een didactisch leesprogramma voor poëzie ontwikkeld, quasi-experimenteel en erna op grotere schaal getest.

Publicaties

  • Breukink, C.I.A. en Bergh, H.H. van den (2017). Hoe begrijpen en lezen beginnende literatuurlezers poëzie in vergelijking met proza? Over hun tekstbegrip, leesaanpak en leeservaringen. In: A. Mottart & S. Vanhooren (red.). 31ste Conferentie Onderwijs Nederlands. Gent: Nevelland Graphics, pp. 110-113.- Download

Opleiding en achtergrond

Relevante opleiding:

  • augustus 1983 – december 1988 doctoraal Nederlandse Taal- en letterkunde, UU, Utrecht (moderne letterkunde; onderzoeksvariant).
  • augustus 1994 – juli 1995 postdoctorale deeltijd lerarenopleiding, ILS-VU, Amsterdam.

 

Relevante achtergrond:

Tot 2008 heb ik mij vooral ontwikkeld als eerstegraads docent Nederlands, mentor, sectievoorzitter en schoolopleider in het voortgezet onderwijs (Scholengemeenschap Lelystad, het Geert Groote College Deventer en het Stedelijk Daltoncollege Zutphen).

Werkkring

Hogeschool Utrecht

Sinds 2008 werk ik als hogeschooldocent annex lerarenopleider aan de tweede- en eerstegraads lerarenopleidingen Nederlands.

Expertise: literatuurdidactiek, afstudeer- en stagebegeleiding.