Nederlands: Algemene info – Taalkunde/Taalbeheersing

Het Standaardnederlands
In de negentiende eeuw is de universitaire studie Nederlands in het leven geroepen om het Standaardnederlands te helpen vormgeven. Voor iedereen begrijpelijke taal moest het zijn, want volksvertegenwoordigers uit verschillende provincies konden elkaar soms maar slecht verstaan. De schrijftaal vormde in die tijd de leidraad voor het ontwikkelen en doceren van de standaard. Kinderen leerden het Standaardnederlands, destijds ‘algemeen beschaafd Nederlands’ genoemd, via het lezen en schrijven op school. Les in Nederlands ging over taalnormen die afkomstig zijn van de geschreven taal, zoals de naamvallen. Tot de helft van de twintigste eeuw leerde je op school naast spelling, woordenschat en zinsbouw ook welke woorden vrouwelijk en mannelijk waren, zodat je de juiste naamvallen en verwijswoorden zou gebruiken. Dat is allemaal veranderd.

Taalvariatie en meertaligheid
De periode van het vormen van de standaardtaal ligt achter ons. Het zijn niet langer de professoren, schrijvers van literaire werken, priesters en dominees die bepalen wat de standaard is voor het onderwijs. Als je opgroeit in Nederland, dan kom je vanzelf al via de media met het Standaardnederlands in aanraking, en dat Standaardnederlands is gevarieerder dan voorheen. De uitspraak bijvoorbeeld is nu minder eenvormig, minder ‘volgens de letter’ dan enkele decennia geleden. Meertaligheid, in het midden van de vorige eeuw nog gezien als bedreiging voor de taalontwikkeling in de moedertaal, is nu een breed gedragen doelstelling van het talenonderwijs. Kennis van talen is een voorwaarde voor de deelnemers van een samenleving die mikt op export van kennis. Bovendien, kennis van talen blijkt gunstig voor iemands intellectuele ontwikkeling.

Verkaveling
In de tweede helft van de vorige eeuw is het schoolvak Nederlands ingrijpend veranderd. Het zwaartepunt verschoof van literatuurgeschiedenis en traditionele grammatica naar taalvaardigheid. De communicatieve functie van het Nederlands kwam centraal te staan. Bij het onderwijs in schrijven, lezen, spreken en luisteren ging de aandacht steeds meer uit naar vaardigheden en strategieën voor het (leren) gebruiken van het Nederlands in alledaagse of ‘functionele’ contexten. Zakelijk en literair taalgebruik kwamen los van elkaar te staan en tussen taalbeheersing en taalbeschouwing ontstond geen vruchtbare verbinding. Het schoolvak raakte verkaveld in losstaande domeinen. Verder kwam de voorbereiding op wetenschappelijk onderwijs in het gedrang: van een inhoudelijk oriëntatie op de moderne universitaire neerlandistiek kwam niet veel terecht, net zomin als van de voorbereiding op academische taalvaardigheid.

Bewuste taalvaardigheid
De zojuist geschetste veranderde context is de eerste reden voor een herbezinning op het schoolvak Nederlands. Wetenschappelijke verworvenheden vormen de tweede reden. Er is nu meer bekend over de structuur van talen, over het waarom van variatie en verandering in talen en over de verwerving van talen. Het gaat om kennis over de achtergronden van taalvaardigheid die in het onderwijs niet mag ontbreken. Zoals een goed opgeleide sporter de theoretische achtergronden kent van waar de bal meestal terechtkomt, welke verschillende technieken er zijn en wat in welke situatie een succesvolle tactiek blijkt te zijn, zo weet een goed opgeleide taalgebruiker welk taalgebruik in welke situatie om welke reden optimaal is. Daar is kennis en inzicht voor nodig. Met ‘zomaar’ taalvaardig zijn aan het einde van het voortgezet onderwijs kan niet worden volstaan, het doel is hoger: ‘bewuste taalvaardigheid’.

Speerpunten
Het meesterschapsteam Nederlands – taalkunde/taalbeheersing werkt de komende jaren aan vakdidactisch onderzoek in de ruimste zin van het woord en aan vakdidactiek en scholing vanuit de geschetste meer inhoudelijk invulling van het schoolvak die met het doel van bewuste taalvaardigheid samenhangt.

  1. Onderzoek
    Met een gezamenlijke onderzoeksagenda beogen we vakdidactisch onderzoek te stimuleren. Op de website vakdidactiek Geesteswetenschappen verzamelen we omschrijvingen van onderwerpen die zich lenen voor onderzoek. Degenen die zelf of samen met anderen onderzoek willen doen, kunnen contact opnemen met de personen die bij de onderwerpen genoemd worden. De onderzoeksagenda kan worden uitgebreid met andere onderwerpen.
  2. Vakdidactiek
    In overleg met betrokkenen beogen we bewuste taalvaardigheid vakdidactisch gestalte te geven. Welke uitwerking kunnen we aan dit onderwijsdoel geven? Is het mogelijk om de schoolboeken inhoudelijk te verrijken? Zijn er zinvolle toetsingsvormen bij bewuste taalvaardigheid mogelijk? Via verschillende platforms proberen we het doel van bewuste taalvaardigheid uit te dragen. Bijvoorbeeld, op Het Schoolvak Nederlands (conferentie Tilburg, 13 en 14 november 2015) bespreken we bovenstaande vragen met de deelnemers van een workshop. Samen met het meesterschapsteam Nederlands – letterkunde presenteren we op het congres het Manifest Bewust Geletterd, want we veronderstellen dat bewuste taalvaardigheid en literaire vorming profijtelijk in samenhang kunnen worden gedoceerd. Samen met Letterkunde organiseren we onder de titel ‘Om het schoolvak Nederlands’ jaarlijks overleg met vertegenwoordigers van betrokken instanties.
  3. Scholing
    Nieuwe vormen van onderwijs en toetsing oorden ontwikkeld in samenspraak met docenten, in docentontwikkelteams en via nascholingscursussen over inhoud (met aandacht voor recente wetenschappelijke ontwikkelingen) en leerlijnen van het vak. Daarbij past de ontwikkeling van een kennisbasis voor eerstegraads leraren, met een schets van de bijbehorende vakinhoudelijke eindtermen voor bachelors van de letterenfaculteiten, om te bewerkstelligen dat de universitaire  opleidingen Nederlands in hun curriculum ruimte vrijmaken voor onderdelen van de neerlandistiek die in het voorgezet onderwijs van belang zijn.

Reacties
Het meesterschapsteam Nederlands – taalkunde/taalbeheersing bestaat uit prof. dr. Peter-Arno Coppen (Radboud Universiteit Nijmegen, voorzitter), prof. dr. Kees de Glopper (Rijksuniversiteit Groningen), prof. dr. Ton van Haaften (Universiteit Leiden), prof. dr. Jaap van Marle (Open Universiteit), en   prof.dr. Nicoline van der Sijs (Radboud Universiteit Nijmegen). Het team werkt nauw samen met het meesterschapsteam Nederlands – letterkunde. Het schoolvak Nederlands omvat immers de taalkunde, de taalbeheersing en de letterkunde.

Commentaar en aanvullingen op deze tekst zijn welkom, want meesterschap is een gemeenschappelijk goed, verworven via de expertise van velen.
Het contactadres is:  vakdidactiekGW@uu.nl